Showroom in VolendamBeste prijs voor de beste kwaliteitGratis verzending vanaf 100 euro*Telefoon 0299-363695

 

Ma t/m vr:    08:30 - 12:00 & 13:00 - 16:30 uur

Zaterdag:      gesloten

 

Routebeschrijving & Contactgegevens

Bestellen bij ESVO biedt juridische bescherming. Hier vindt u een overzicht.

ALLE VOORDELEN OP EEN RIJTJE

 

Horrengaas voor een pollenhor bij hooikoorts en pollenallergie

Een pollenhor als oplossing bij pollenallergie.

Pollenallergie wat te doen? Een eigen pollenhor maken!

Om ten minste ’s nachts heerlijk met open ramen te kunnen slapen zonder last te hebben van de pollen,
kunt u vertrouwen op het Poll-Tex pollengaas / horrengaas van Esvo. Het enige pollengaas met medische goedkeuring en maar liefst 2 medische certificaten.

 

Polltex weert, als enige pollengaas, minimaal 97% van de hangende luchtpollen! 

Met dit - overigens betaalbare speciale horrengaas, kunt u uw eigen raamhor of deurhor maken.
Klik hier voor alle informatie over dit, overigens zeer betaalbare pollengaas

 

Elk jaar lijden vele mensen aan hooikoorts of pollenallergie. Niezen, jeuk, brandende ogen, wat begint
met een vloeiende en verstopte neus. Hooikoorts of pollenallergie begint vaak in de vroege kindertijd en
kan de kwaliteit van het nachtleven voor tientallen jaren beïnvloeden. . De schade kan variëren van
slapeloosheid met bijbehorende vermoeidheid overdag tot de vermindering van het leervermogen, vooral
bij kinderen.  De nadelige gezondheidseffecten hebben betrekking op het sociale leven, schoolprestaties en productiviteit.
Ongeveer 20 procent van de bevolking lijdt al aan hooikoorts-/pollen-/stuifmeelallergieën
en deze tendens is sterk stijgende. Bestrijdt daarom de oorzaken in plaats van de symptomen.
Natuurlijk kunnen de symptomen van pollenallergie of hooikoorts  door medicijnen of specifieke
immuuntherapie grotendeels onder controle gehouden worden.
Nog beter, echter, is het vermijden van de oorzaken - contact met alle pollen te minimaliseren, voor op de momenten dat je moet slapen.

Er bestaan speciale pollenhorren en pollengaas / horrengaas voor hooikoorts- en allergiepatiënten.

Deze zorgen dat als je je raam open hebt staan er geen pollen binnen kunnen komen. Normale raamhorren zijngrof waardoor er nog steeds stuifmeel doorheen kan.
Daarom is een goede pollenhor zoals die met Esvo Pollengaas de enige juiste en vooral ENIGE medicinaal bewezen keus om de pollendeeltjes(voor 99%) buiten te houden.
Door de speciale structuur komen licht en lucht gewoon je slaapkamer of woonkamer binnen maar blijven de pollen buiten. Ideaal tegen hooikoorts en dus voor een goede nachtrust!

 

Polltex weert, als enige pollengaas, minimaal 97% van de hangende luchtpollen! Met tweevoudig uniek medisch certificaat. Klik hier voor directe informatie en prijzen over dit gepatenteerde horrengaas.

Wat kun je verder doen tegen de pollen?

Het contact met allergenen of pollen vermijden is het beste.  U kunt de volgende regels in acht nemen:

  • Laat u informeren over de huidige situatie en de verwachtingen van stuifmeel en pollen bij u in de buurt. Kijk bijv. op de
    zeer goed informerende website Pollennieuws.nl
  • Vermijd verblijf buitenshuis, hoe moeilijk dat ook is. 
  • Laat de kleding, tijdens de dag gedragen,  buiten de slaapkamer, en was je haar voor het naar bed gaan
  • Vier vakantie in de bergen of dichtbij de zee - waar de lucht vers is en nauwelijks stuifmeel hangt. 

 

Maar wat doe je thuis teggen de pollen?

Ramen en deuren gesloten houden? Ventileren nachts? Dat alles is niet persé nodig.
Ons pollengaas in een zgn. pollenhor helpt als enige.
Met onze pollenhor, kunt u u zichzelf isoleren tegen stuifmeel in uw leefruimte(woonkamer of slaapkamer)
en hoeft u niet af te zien van een heerlijk welkome ventilatie. Zo wordt het beter vertoeven, zonder stuifmeel
of pollen.
Met het betrouwbare horrengaas van Esvo hoeft u niet meer tijdens het beruchte pollenseizoen te lijden.
Esvo heeft de perfecte oplossing voor u: ons Poll-Tex horrengaas, met beschermende stoffen voor mensen
met een allergie. U kunt trouwens ook uw eigen pollenhor maken. Klik hier voor alle informatie over dit, overigens zeer betaalbare pollengaas.

 

Polltex weert, als enige pollengaas, minimaal 97% van de hangende luchtpollen! Met tweevoudig uniek medisch certificaatKlik hier voor directe informatie en prijzen over dit gepatenteerde horrengaas.

 

Achtergrondinformatie over hooikoorts en pollenallergie en onze pollenhorren

Hooikoorts openbaart zich bij 10% tot 20% van alle Nederlanders en Belgen, en zo’n 10% van deWesterse bevolking. Rond het jaar 1900 is hooikoorts erkend als aandoening.Hooikoorts heeft helemaal niets met hooi of koorts te maken maar de naam komt uit de tijdwaarin de klachten voorkomen: het hooiseizoen.
Hooikoorts wordt gekenmerkt door allergie voor stuifmeel ( pollen) van grassen, planten of bomen.Het gaat daarbij om pollen van planten die hun stuifmeel via de wind verspreiden.

Hooikoorts is een reactie op het menselijk afweersysteem. De klachtenperiode loopt samen met de
bloeiperiode van grassen, planten en bomen. De klachten zijn het hevigst wanneer de
pollenconcentratie het hoogst is, meestal op warme, winderige dagen in mei, juni en juli.
Als de herfst begint ligt de irritatie voor hooikoorts/pollenallergie even stil voor een paar maanden.

Gelukkig is er medicatie beschikbaar die bij de meeste mensen aanslaat.  
Echter voor kinderen en volwassenen met hooikoorts is een zomerse dag buiten lang niet altijd
even prettig. Om ongestoord van frisse lucht te genieten is een pollenhor geen overbodige luxe,
zeker bij een steeds vroeger beginnend insectenseizoen en het aantal patiënten met
pollenallergie dat blijft groeien.

Daar is gelukkig een oplossing voor: een pollenhor, waarvan het speciale horrengaas insecten
en pollen volkomen weert(minimaal en als enige 97% van de hangende pollen). Door toepassing van deze pollenhorren met het speciaal Polltex horrengaas worden de pollen uit de lucht gefilterd, waarmee de kans op hooikoortsverschijnselen(met een gesloten pollenhor) opgeheven wordt.

Wetenschappelijk bewezen rapportages horrengaas en pollengaas.

Het speciale Poll-Tex horrengaas van Esvo heeft een uniek medicinaal en wetenschappelijk
getest rapport: dat van het wereldberoemde E-Carf Instituut(Charité Hospitaallaboratorium uit Berlijn).
Dit gerenommeerde en hoogstaande onderzoeksinstituut is de enige waar de medici op kunnen
vertrouwen als het om aandoeningen m.b.t. pollenallergie/hooikoorts gaat. Ons pollengaas is de enige met een dergelijk medisch‘stempel’. Polltex weert overigens als enige verkrijgbare pollengaas minimaal 97% van de hangende pollen. Meer informatie over hooikoorts en pollenallergie volgt hieronder. Dan is het u gelijk duidelijk dat een pollenhor, oftewel een deurhor of raamhor u de rust geeft voor zowel de dag als de nacht. Klik hier voor de directe informatie en prijzen van Poll-Tex. 

 


Nog meer achtergrondinformatie over hooikoorts, pollen en pollenhorren 

Wat is hooikoorts. Hoe krijg je hooikoorts?

Wanneer het menselijk lichaam met lichaamsvreemde stoffen in aanmerking komt
kan het specifieke antistoffen, antilichamen of immunoglobulines, tegen die stoffen gaan maken.
Deze antistoffen worden door witte bloedcellen, de B-lymfocyten geproduceerd.
Het menselijk lichaam bevat vijf soorten immunoglobuline G, M, A, D en E. Ze komen op verschillende plaatsen in het lichaam voor. Soms kan het lichaam overdreven reageren op vaak relatieve onschuldige stoffen waarmee het in aanraking komt. Er is een aantal types van dit soort overdreven reacties of hypersensitiviteitsreacties.
Hier is alleen het type belangrijk waarbij het immunoglobuline E (lgE)betrokken is. Het lgE heeft de laagste concentratie van alle soorten antilichamen. De concentratie van het lgG is bijvoorbeeld 30.000 keer hoger
dan die van het lgE, maar het kan toch al met erg kleine hoeveelheden allergenen reageren.
Voor pollenallergieën is alleen het lgE uit de slijmvliezen van mond, keel neus en ogen van belang.
Bij het ontstaan van een allergie kunnen twee fasen worden onderscheiden: de sensibilisatiefase
en de effectorfase. De sensibilisatiefase vindt plaats wanneer iemand die potentieel voor
een bepaalde stof allergisch is voor het eerst met die lichaamsvreemde stof, het allergeen,
in aanraking komt. Er wordt dan allergeen specifiek lgE gevormd. Dit lgE blijft in het lichaam en wordt
uiteindelijk, via interacties met een aantal andere soorten witte bloedcellen, aan het oppervlak van de
zogenaamde mastcellen gebonden(van het Engelse woord mastin de  betekenis van mast-vlaggenmast,
de fonetische schrijfwijze‘mestcel’wordt in het Nederlands ok wel gebruikt). Mastcellen vind je onder
andere in de slijmvliezen van mond, keel, neus en ogen. Wanneer iemand opnieuw met het allergeen in
aanraking komt, treedt de effectorfase op. Het allergeen bindt zich dan aan het allergeen specifiek lgE
op het oppervlak van de mastcellen. In de mastcellen zitten talrijke granula of blaasjes met proteolytische
(= eiwit afbrekende) enzymen, heparine (verhinderd bloedstolling) en vooral het hormoon histamine.
Als gevolg van de binding van het allergeen aan het lgE op het celoppervlak storten de granula
hun inhoud in de omgeving uit, de zogenaamde ‘degranulatie’.
De klinische effecten zijn meestal binnen 20 minuten al merkbaar.
Vooral het histamine is verantwoordelijk voor de directe klachten, het veroorzaakt een branderig gevoel,
jeuken en het verwijdt de perifere bloedvaatjes. De reactie is dezelfde als die in de huid na aanraking met de brandharen van brandnetels; ook deze brandharen bevatten histamine. Naast de stoffen die vrijkomen bij de degranulatie van de mastcel worden ook nieuw aangemaakte ontstekingshormonen uitgescheiden die een
‘verlate allergische reactie’ kunnen laten ontstaan, 6 tot 24 uur na de degranulatie van de mastcel.
Deze late reactie kan vaak lang duren. De hormonen trekken witte bloedcellen aan naar de plek
van de allergische reactie, waarna die witte bloedcellen hun eigen specifiek immuunreactie beginnen.
Er ontstaan opzwellingen door ophoping van lymfe en het weefsel kan worden afgebroken. Via deze hormonen kan ook een terugkoppeling naar de hersenen plaatsvinden.Zo kan de allergische reactie misschien worden aangeleerd en kunnen nieuwe ontstekingen via de zenuwen worden geïnduceerd. Er is hierover nog weinig
met zekerheid bekend.Hooikoorts blijkt binnen bepaalde families veel vaker voor te komen dan bij andere families.
Er is sprake van een genetisch aanleg voor het krijgen van hooikoorts. Hierbij is het begrip atopie
erg belangrijk. Atopie is de gecombineerde aanleg voor hooikoorts, astma en eczeem.
Als je astma of eczeem hebt, bestaat er een grotere kans dat je ook hooikoorts ontwikkelt.
Ook als er maar één van de ouders astma heeft, maar geen hooikoorts, hebben dekinderen toch
een grotere kans op het krijgen van hooikoorts. Bij allergische rhinitis, ontstoken neusslijmvliezen,
is er nog een andere reactie
van belang, de zogenaamde aspecifieke hyperreactiviteit. Hiermee wordt bedoeld dat bepaalde
mensen met atopie, sneller reageren op bepaalde aspecifieke prikkels, zoals mist, bak- of
braadlucht en parfums. Hierbij is er geen duidelijke stof (allergeen) waarop gereageerd wordt.
Door inademing van de aspecifieke prikkels volgt er een reactie, gelijkend op die bij een
allergische reactie met vaak ook naast de rhinitis, benauwdheid en slijmvorming in de longen.
Ook de sterke reactie op roken bij veel patiënten met allergieën hoort bij de aspecifieke
hyperreactiviteit.Toch is hooikoorts een aandoening die vooral met de omgeving te maken heeft.
Opvallend is het massale verschijnen van hooikoorts tijdens de industriële revolutie en de recente
zeer grote stijging van het aantal mensen met deze aandoening. In de westerse samenleving is het
aantal mensen met één of meer allergieën de afgelopen 25 jaar verdubbeld, waardoor allergieën
tegenwoordig tot de meest voorkomende aandoeningen bij mensen in de ontwikkelde landen horen.
De precieze oorzaken zijn nog niet helemaal in kaart gebracht, maar er is inmiddels een aantal
factoren bekend die een belangrijke rol spelen. Hooikoorts is vooral een aandoening binnen
westerse samenlevingen met een gematigd klimaat. In de tropen komen de allergische
aandoeningen veel minder vaak voor. Er wordt dan ook verondersteld dat veel zonlicht de
ontwikkeling van allergieën remt. Hierop berust de nog grotendeels experimentele lichttherapie.
Daarnaast speelt de hygiënetheorie een grote rol. In 1989 publiceerde David Strachan de
hygiënehypothese: de toegenomen hygiëne in de westerse wereld leidt tot een toenemende kans
op astma, allergieën en auto-immuunziekten. Het aantal infecties dat men als kind krijgt, bleek
omgekeerd evenredig te zijn met de kans op de ontwikkeling van een allergie. Door dat we steeds
schoner zijn gaan leven, gevaccineerd wordt tegenziektes en antibiotica gebruiken, komen we
minder in aanraking met bacteriën en virussen, waardoor ons immuunsysteem zich volgens Strachan
niet meer leert te verdedigen tegen infecties en overdreven gaat reageren op normaal onschadelijke
stoffen. Wanneer ons ‘hygiënische’ Westerse wereld wordt vergeleken met de
‘onhygiënische’ ontwikkelingslanden, waar het aantal mensen met een allergie zeer laag is,
dan lijkt het er inderdaad op dat deze hypothese correct is. Deze theorie wordt ook ondersteund
door onderzoek naar verschillende levensstijlen binnen de westerse samenleving.
Bij kinderen die opgroeien in een groot gezin of op een boerderij, situaties waarin ze makkelijker
worden blootgesteld aan ziekteverwekkers, komen minder allergieën voor. Ook bleek dat bij
schoolkinderen die in hun eerste levensjaar opgegroeid waren met een kat of een hond als huisdier
allergische rhinitis en astma veel minder vaak voorkwam dan bij leeftijdsgenoten die opgroeiden
zonder huisdieren. Zowel te weinig zonlicht als overdreven hygiëne lijken en rol te spelen bij het
ontwikkelen van allergieën. De theoretische basis voor deze effecten is inmiddels onderzocht.
Bij het op gang brengen van immuunreacties speelt een speciaal soort witte bloedlichaampjes
een belangrijke rol, de T-cellen of T-helpercellen 1 (Th1) en 2 (Th2) van belang.
Cellen van het type Th2 brengen de afgifte van het lgE op gang. De TH1-cellen stimuleren andere
vormen van de afweer, zoals die tegen bacteriën. De aanmaak van veel nieuwe types bloedcellen
wordt op jonge leeftijd geregeld. Wanneer dan de Th1-cellen te weinig gestimuleerd worden,
zouden vooral de Th2-cellen actief worden en zo een grotere kans op allergieën geven.
Grote hygiëne op jonge leeftijd zou dus tot een verstoring in de balans tussen Th1- en Th2-cellen
leiden en de toename allergieën in de bevolking verklaren. De Th2-cellenblijken gevoelig te zijn
voor licht; bij bestraling met licht serven ze enworden ze niet vervangen. 
Pollen kunnen ook fijnstof, vooral in een stedelijke omgeving met veel verkeer meedragen.
Tot het fijnstof behoren alle deeltjes in de lucht, kleiner dan  10 micrometer (=0,01 millimeter).
De samenstelling van de deeltjes is zeer variabel, het kan van lles zijn. Door zijn geringe grootte
blijft fijnstof zweven. Ook bacteriën, gisten en schimmels kunnen meegedragen worden: na
eerst in een vochtige atmosfeer neergeslagen te zijn kunnen de pollenkorrels aangetast worden
door micro-organismen zoals schimmels, om vervoglens bij droog weer opnieuw op te wervelen en weer
ingeademd te worden. Wanneer je een allergie tegen dat pollen hebt, zal er een reactie in het
slijmvlies ontstaan die de gevoeligheid van het door de pollenkorrels meegebrachte, of apart
ingeademde, fijnstof of micro-organismen vergroot. Ook hechten pollenallergenen zich aan het
fijnstof en kunnen bij inademing diep in de longen terechtkomen. Ze geven dan ook nog astmatische klachten. 
Contact met rook (aspecifieke hyperreactiviteit) en fijnstof (industrie, verkeer)
kan waarschijnlijk ook een deel van de recente toename verklaren. Daarnaast speelt misschien
ook de luchtverontreiniging met stikstofoxydes (NO en NO2) een rol. Stikstofoxydes kunnen
reacties aangaan met allergenen waardoor het lichaam nog sterker op de ze allergenen gaat reageren.
Allergieën hebben complexe oorzaken, waarbij zowel aanleg als omgeving een rol spelen.

 

Wanneer heb je hooikoorts?

Om te weten of je ook echt last van pollen hebt bij een neus- of oogontsteking moeten er volgens de ARIA richtlijnen eerst de volgende vragen worden beantwoord:

  • Heb je de afgelopen tijd klachten gehad van niezen, loopneus of een verstopte neus zonder dat er sprake was van een verkoudheid of griep?
  • Zo ja, waren er ook klachten over tranende, jeukende of rode ogen?
  • In welke maanden had je deze klachten?
  • Waren er omstandigheden of zaken die de klachten uitlokten? Zo ja, welke?
  • Heb je in het verleden wel eens last gehad van hooikoorts, astma of eczeem?
  • Komt hooikoorts, astma of eczeem in de familie voor?

Wanneer er sprake is van klachten zonder verkoudheid of griep, de klachten beperkt blijven tot een vaste
periode en niet alleen binnen, maar ook buiten optreden is er waarschijnlijk sprake van hooikoorts.
Vaak voelen de patiënten zelf al wel aan waar de oorzaak ligt. Om zekerheid te krijgen over het soort
allergenen waartegen bij de patiënt een allergische reactie optreedt, kan door een behandelend arts een zogenaamde ‘prikjestest', de huidtest of ‘skin prick test’ (SPK) worden gedaan.
Daarbij wordt met een set allergenen getoetst, waarvan de samenstelling afhangt van de omgeving waarin de patiënt leeft. Iemand die bijvoorbeeld direct naast een bos leeft en ook katten in huis heeft, dient zowel op de pollen van de lokale bomen, als ook op de kattenharen en huisstof getoetst te worden. Bij de huidtest wordt eerst een druppeltje van de verschillende allergenenoplossing op de binnenkant van de arm gebracht en bij iedere druppel wordt de huid oppervlakkig ingeprikt. Een druppel met een verdunde histamineoplossing dient als positieve controle een druppel met een fysiologisch zout kan als negatieve controle dienen.
Een zwelling of rood worden van de huid na 15 of 20 minuten, maar uiterlijk 60 minuten na de prik, wordt dan
als positieve reactie gezien. De huidtest is een zeer gemakkelijke en betrouwbare test die bijna altijd duidelijke resultaten geeft. Vaak is absolute zekerheid niet nodig omdat er tegenwoordig goede middelen zijn om de klachten direct te bestrijden. Met behulp van ‘in vitro’ test kan de concentratie lgE antilichamen in het
bloedserum gemeen worden. Een verhoogde lgE-concentratie in het serum wijst op een ‘atopische diathese’,
een neiging tot een allergische ziekte, maar geeft niet aan of de patiënt ook werkelijk een allergie heeft.
Om deze reden wordt deze test niet vaak gebruikt. In de huisartsenpraktijk wordt vooral de RAST(Radio Alergen Sorbent Test) test gebruikt, bekend als ‘phadiatop’ – of ‘immuncaptest’. Met de ze test worden de concentraties van allergeenspecifieke lgE antilichamen in het bloed gemeten. Daarbij wordt serum gemaakt van een bloedmonster dan vervolgens in contact wordt gebracht met een drager waarop het allergeen gebonden is.
Met behulp van een radioactief tweede antilichaam dat alleen bindt aan bepaalde lgE’s aan de hoeveelheid allergeenspecifiek lgE met een teller voor radioactiviteit worden gemeten.Een heel bijzondere test is de provocatietest. Daarbij laat men de patiënt lucht inademen met daarin de allergenen. De gemeten verschillen in hoeveelheid in- en uitgeademde lucht dienen als maat voor vernauwing van de ademhalingswegen, met name
de bronchiën in de longen, door de allergische reactie. Deze test mag alleen onder strikt medisch toezicht
worden uitgevoerd omdat hierbij de mogelijkheid bestaat van een sterke overreactie van het lichaam,
een astma-aanval of zelfs een ‘anafylactische shock’. Bij een anafylactische shock is de reactie op het
allergeen zo heftig dat de bloeddruk, vooral in de longen, zo sterk zakt dat de patiënt bewusteloos raakt.
Medische hulp is dan noodzakelijk en urgent. De provocatietest wordt daarom niet graag gebruikt en is
eigenlijk alleen van toepassing voor het onderzoek naar astma en zware allergieën. Voor gewone hooikoorts met neusslijmvlies- en oogontsteking is hij van geen belang.

 

Polltex weert, als enige pollengaas, minimaal 97% van de hangende luchtpollen! Met tweevoudig uniek medisch certificaat. Klik hier voor directe informatie en prijzen over dit gepatenteerde horrengaas.


Omgaan met hooikoorts


Voorkómen
‘Voorkómen is beter dan genezen’: als je last hebt van hooikoorts, kun je het contact met pollen beter zoveel mogelijk vermijden. Pollen van windbestuivers is echter altijd in de lucht aanwezig, en helemaal vermijden kun je het contact nooit. Om het zoveel mogelijk te vermijden is het verstandig te achterhalen voor welk pollen je gevoelig bent. Vaak weet je dat al zo ongeveer door de periode waarin de klachten optreden; pollenkalenders; kunnen dan een grote hulp zijn. Als er meer zekerheid nodig is, kun je om een ‘prikjestest’ vragen. Wanneer je eenmaal weet voor welke soort(en) pollen je gevoelig bent, kun je gebruik maken van bestaande pollenkalenders en de pollenberichten op televisie en internet om voorzorgsmaatregelen te nemen.


Eenvoudige maatregelen tegen hooikoorts of pollenallergie zijn:

  • Op zonnige winterdagen is de pollenconcentratie in de lucht het hoogst. Binnen heb je daar het minste last van; blijf binnen en houd deuren en ramen gesloten.
  • Houd het huis stofarm, zo voorkom je dat neergeslagen pollen weer kan opwervelen en het vermindert de kans dat je extra huisstofallergieën ontwikkelt.
  • Vooral ‘s middags zitten er veel pollen in de lucht. Plan je reizen en buitenactiviteiten ’s morgens en lucht het huis vroeg in de ochtend.
  • Draag buiten een zonnebril om te voorkomen dat er pollen in je ogen waait. Wrijf niet in je ogen, een oogdouche gebruiken is wel goed.
  • Houdt planten met voor jou allergeenpollen uit de buurt: vervang bijvoorbeeld berkenbomen door vruchtbomen en houd de tuin vrij van Bijvoet. Vraag eventueel ook je buren en de gemeente om hieraan mee te doen. Gras is geen bezwaar, wanneer het tenminste regelmatig gemaaid wordt en niet in bloei kan komen. Wanner het gras toch bloeit, laat iemand anders dan het gras maaien.
  • In de stad zit minder pollen in de lucht; vermijd jet platteland in de tijd fat er voor jou veel allergeen pollen in de lucht zit. Houd er wel rekening mee dat bij sterk verontreinigde (stads)-lucht de klachten juist erger kunnen worden.
  • Houd de ramen van je auto gesloten en beperk de luchtinstroom van buiten zoveel mogelijk.
  • Plan je vakantie naar zee en in de bergen, daar zijn vaak veel minder pollen in de lucht. Ook bij vakanties
    in de winter heb je vaak veel minder problemen.
  • In sommige vakantiebestemmingen zijn de bloeitijden van planten heel anders. Raadpleeg een kalender
    of een website met informatie voor dat gebied.
  • In vakantiebestemmingen met een ander klimaat kan voor jou nieuw allergeen pollen voorkomen, zoals bijvoorbeeld olijfpollen in het Middellandse-Zeegebied.
  • Neem je hooikoortsmedicijnen mee op vakantie.
  • Om rustig te kunnen slapen, maak een zgn. pollenhor. Dit is een horrenframe met speciaal horrengaas.
    Esvo heeft medicinaal gecertificeerd pollengaas om zelf een pollenhor te kunnen vervaardigen. Tegen
    een scherpe prijs. 


Bij heftige allergieën wordt wel gebruik gemaakt van luchtfilters in huis. Luchtfilters kunnen echter nooit
al het pollen uit de lucht halen, en ze zijn minder effectief naarmate er minder pollen in de lucht zit.
Ze zijn erg duur en vergen veel onderhoud. Vervuilde filter kunnen op hun beurt weer allergenen verspreiden van schimmels die er in gaan groeien.
Alleen Poll-Tex, het speciale horrengaas heeft een medisch certificaat van het hoogste laboratorium op dit gebied. U kunt van dit pollengaas zelf uw eigen pollenhor of horrenframe maken. Klik hier voor alle informatie over dit, overigens zeer betaalbare pollengaas Polltex, dat minimaal 97% van de pollen weert.

Wanneer je een pollenallergie hebt, kun je soms ook gemakkelijk allergieën tegen allerlei andere stoffen ontwikkelen. Ook kunnen kruisreacties optreden. Probeer daarom contact met mogelijke allergenen van bijvoorbeeld huisstof en dieren te voorkomen. Wanneer de klachten ernstiger worden en je extra allergieën ontwikkelt, raadpleeg dan meteen je huisarts. Die kan dan tests laten doen en eventueel geneesmiddelen voorschrijven.Hooikoorts kan ook leiden tot een grotere gevoeligheid voor aspecifieke prikkels (aspecifieke reactiviteit). Het belangrijkste voorbeeld is hiervan de sterke reactie op rook. Hooikoorts en de rookreacties versterken elkaar. Rook veroorzaakt een zwelling van de slijmvliezen, waardoor deze gevoeliger worden
voor allergenen. Omgekeerd is door een allergische reactie opgezwollen slijmvlies gevoeliger voor rook.
Rokers hebben daardoor meer last van hun hooikoorts en ze zijn ook moeilijker te behandelen. Het advies ‘stoppen met roken’ behoort tot de standaardadviezen bij iedere vorm van allergische rhinitis. Vermijd ook
het ‘meeroken’! Probeer het contact te vermijden met andere, aspecifieke, factoren, waarvan bekend is dat ze allergieën kunnen veroorzaken. Denk daarbij aan fijnstof, bak- en braadlucht, parfums en andere vernevelbare vloeistoffen zoals sommige schoonmaakmiddelen. Wanneer hooikoorts samengaat met astma is het voorkómen van extra groot belang: niet alleen voor de hooikoorts, maar vooral ook voor de astma. Je kunt advies inwinnen
bij je huisarts of bij gespecialiseerde verpleegkundigen uit de thuiszorg. Voor kinderen met hooikoorts, maar
ook voor kinderen met andere allergieën, is het van belang dat de schoolgebouwen goed ingericht zijn.
Ze dienen zoveel mogelijke vrij te zijn van allergenen en een goed ventilatiesysteem te hebben.
Wanner er in de familie veel allergische klachten voorkomen, kun je daar met kinderen al een beetje rekening
mee houden door contact met allergenen zoveel mogelijk te vermijden, maar ook door niet overdreven
hygiënisch te zijn. Laat kleine kinderen rustig buiten spelen zonder je al te veel te bekommeren of ze
misschien een beetje vuil worden. Neem gerust een (klein) huisdier bij jonge kinderen en laat ze veel met leeftijdsgenootjes spelen. Buiten spelen in de zon kan het ontstaan van allergieën afremmen. 

 


Behandeling van hooikoorts

De behandeling van hooikoorts is afhankelijk van de ernst van de klachten en van de plaats(en) waar ze optreden. Bij tijdelijke neus- en oogklachten is symptoombestrijding met oogdruppels en neusspray met antihistaminica voldoende. De medicijnen onderdrukken wel de klachten maar niet de allergische reactie zelf. Bij aanhoudende en ernstigere klachten en wanneer de klachten op meerdere plaatsen optreden, worden er meestal antihistaminica in tabletvorm gegeven, al dan niet in combinatie met corticosteroïden in neussprays

en oogdruppels met antihistaminica. Voor symptoombestrijding werden vroeger efedrines, vooral het pseudo-efedrine gebruikt. Efedrines zijn stoffen uit de planten van het geslacht Ephedra. Ze komen ook voor in khat, Catha edulis, dat in sommige gebieden van Afrika en Zuid-Arabië gekauwd wordt om zijn stimulerende werking. Ze verminderen de zwelling van de slijmvliezen en verwijden de bronchiën, vandaar dat ze vroeger ook bij astma werden gebruikt, efedrines lijken zeer veel op amfitamines (ook wekamines, speed of pep
genoemd vanwege hun opwekkende werking). Ze hebben dezelfde stimulerende werking. In sprays zij ze bijzonder effectief tegen een verstopte neus. Als ze door sporters worden gebruikt, kunnen ze bij dopingcontroles als amfetamines herkend worden. In tabletvorm worden ze soms voorgeschreven in combinatie met antihistaminica, vooral bij aanhoudende klachten in neus, oor en mond. Een aantal van dit soort middelen is vrij verkrijgbaar. Efedrines kunnen sterke bijwerkingen hebben zoals opwinding, slapeloosheid en een verhoogde hartslag. Bij langdurig gebruik kunnen psychische storingen
optreden. Eigenlijk kun je efedrines beter niet zonder medisch voorschrift gebruiken.
Tegenwoordig worden vooral antihistaminica (enkelvoud esthaminicum) voorgeschreven.
Histamine veroorzaakt de typische ontstekingsreacties doordat het aan specifieke bindingsplaatsen, de histaminereceptoren, van allerlei cellen in het slijmvlies bindt. Deze reageren daarop en geven de hooikoortsklachten. Er zijn drie soorten histaminereceptoren. De H1-, de H2- en H3-receptoren. De klachten bij hooikoorts worden veroorzaakt door binding van de histamine aan de H1-receptor. Deze vind je op de cellen van de slijmvliezen van keel, neus en ogen, de gladde spiervezels in de capillairen en de bronchiën, maar ook in de blaas. De H2-receptoren vind je in de ingewanden, vooral in de maag.
Via deze receptor stimuleert histamine de uitscheiding van maagzuur. De H3-receptor komt alleen voor in het centrale zenuwstelsel, hersenen en ruggenmerg. Histamine werkt opwekkend; binding van antihistaminica aan de H3-receptor heeft een kalmerende (= sedatieve) invloed. Antihistaminica binden aan de histaminica-receptoren zonder zelf een reactie op te roepen. Het gevolg is dat de histamine niet meer kan binden aan de receptor en het effect uitblijft. Antihistaminica in neusspray of oogdruppels werken snel en zijn erg effectief. Bij astma en langdurige klachten op meerdere plaatsen optreden, worden ze in tabletvorm gegeven. Het duurt dan wel iets langer voordat ze werken. Om hooikoorts effectief te bestrijden zonder bijwerkingen op maag en zenuwstelsel zijn er tegenwoordig antihistaminica beschikbaar die alleen met de H1-receptoren binden en daardoor nauwelijks bijwerkingen hebben. Toch kun je beter voorzichtig zijn met autorijden. Alcohol en antihistaminica versterken elkaars werking, gebruik ze daarom niet samen. Vanwege de sedatieve bijwerkingen worden in de Verenigde Staten soms combinaties van antihistaminica met het opwekkende pseudo-efedrine voorgeschreven. In Nederland en België gebeurt dat niet omdat dit bij moderne antihistaminica eigenlijk overbodig is. De behandelend arts heeft tegenwoordig een grote keuze in soorten histaminica en combinaties
van antihistaminica met andere geneesmiddelen.Medicijnen die ingrijpen op de allergische reactie zelf zijn het cromoglycinezuur, de corticosteroïden en de zogenaamde Leukotriene antagonisten. Cromoglycinezuur of Cromolyn is op de markt gekomen als een inhalatiemiddel om allergische astma te voorkomen. In druppels en spray is het gebruikt bij neusklachten, maar vooral bij oogklachten. Cromoglicinezuur stabiliseert de membranen van de mastcellen waardoor deze niet meer of minder makkelijk degranuleren. De histamine wordt dan niet meer afgegeven en de allergische reactie blijft uit. Het nadeel van cromoglicinezuur is dat je het vaak moet gebruiken (vier maal per dag) en dat het effect vaak pas na weken goed merkbaar is. Met het beschikbaar komen van goede antihistaminica is in het onbruik geraakt voor de behandeling van hooikoorts.
Het wordt in Nederland en België vooral voorgeschreven wanneer antihistaminica liever niet gebruikt worden, zoals bij zwangere vrouwen. Ook wanneer corticosteroïden niet gewenst zijn, wordt het gebruikt, meestal in combinatie met andere middelen. Corticosteroïden zijn hormonen die lijken op het bijnierschorshormoon Cortison. In neussprays worden ze voorgeschreven bij hooikoorts wanneer je, ondanks het gebruik van antihistaminica, veel klachten blijft houden. Bij astmatische problemen worden corticosteroïden geïnhaleerd via een inhalator. Je kunt corticosteroïden ook in combinatie met antihistaminica krijgen. Je mag ze alleen op doktersvoorschrift gebruiken. Hoe corticosteroïden ontstekingen dempen is niet precies bekend. Wel is zeker dat ze de immuunreacties van de bloedcellen onderdrukken, het zijn zogenaamde immuun-suppressoren. E zijn zeer effectief, maar een nadeel is dat ze pas na enkele weken goed werken. Patiënten met hooikoorts weten vaak uit eigen ervaring of met behulp van pollenkalenders wanneer er voor hen allergeen pollen in de lucht zit. Ze kunnen dan op tijd starten met deze medicijnen. 
Tegenwoordig zijn er ook middelen beschikbaar tegen het onstekingshormoon Leukotriene. Dit hormoon komt vrij bij de allergische reactie en is medeverantwoordelijk voor het ontstaan van de late reactie. Het zijn zogenaamde leukotriene-receptorantagonisten: ze blokkeren de binding van het hormoon aan specifieke receptoren van bepaalde bloedcellen, de eosinofielen, die een verdergaan van de allergische reactie bevorderen. De ontsteking wordt dan vroeg gestopt en een late reactie blijft uit.Naast de behandeling met medicijnen is
er ook gezocht naar therapieën om mensen ongevoelig te maken voor allergenen. Op dit moment is er de immuuntherapie of desensibilisatie en de nog deels experimentele lichttherapie. De immuuntherapie is al in 1911 door Leonard Noon ingevoerd. Hij gaf aan mensen met een pollenallergie om de 7-14 dagen een stijgende dosering van een waterpollenextract. Door provocatietoetsen kan hij vaststellen dat de intensiteit van de allergische reactie honderd keer lager was geworden. Er zijn inmiddels diverse vormen van immuuntherapie ontwikkeld die zich op verschillende soorten allergieën richten. De pre-seizoentherapie richt zich op allergieën die van korte duur zijn. Voorafgaand aan het seizoen krijgt de patiënt dan meerdere onderhuidse (=subcutane) injecties met een allergeenoplossing. De behandeling hoort 2-6 weken vóór het pollenseizoen voltooid te zijn en wordt ieder jaar herhaald. Voor een permanent effect zijn langdurige behandelingen, tot 3 jaar, nodig. Begonnen wordt met een lage dosis van het allergeenextract, waarna gedurende drie maanden de dosis tot het juiste niveau wordt opgevoerd. Daarna wordt om de vier weken een vast hoeveelheid van het allergeen geïnjecteerd.
Deze vorm van immuuntherapie is wel erg zwaar voor de patiënt. Tegenwoordig wordt bij de immuuntherapie het allergeen ook wel in druppels onder de tong gegeven. Alle vormen van immuuntherapie vereisen medische begeleiding en controle, ze worden alleen bij zeer ernstige gevallen gebruikt. De basis voor immuuntherapie berust op het effect van het allergeen op de ontwikkeling van de T-helpercellen die de productie van antilichamen stimuleren. Door de aanhoudende hoge dosis worden de Th1-cellen uit het bloed geactiveerd, terwijl de T22-cellen geïnactiveerd worden. Daardoor worden er minder of zelfs geen lgE antilichamen meer tegen het allergeen gevormd en blijft de allergie uit. De immuuntherapie herstelt de balans tussen Th1- en Th2-cellen waardoor het immuunsysteem weer ‘normaal’ op het allergeen reageert.Recent is de rhinofototherapie in de belangstelling gekomen. Hij berust op de waarneming dat in tropische gebieden weinig allergieën voorkomen en dat Th2-cellen geen licht verdragen. Bij de rhinofototherapie wordt met een lampje de binnenkant van de neus langere tijd met zichtbaar en ultraviolet licht bestraald. Licht kan de symptomen van de allergische neusslijmvliesontstekingen (allergische rhinitis) reduceren. Nadeel van deze therapie is dat de patiënt met een soort neusverlichting
rondloopt die vaak als hinderlijk wordt ervaren.
Wilt u zelf een pollenhor maken? Neem contact op met ESVO per mail en wijinformeren wij over los horrengaas voor het maken van uw eigen deurhor of raamhor

 

Polltex weert, als enige pollengaas, minimaal 97% van de hangende luchtpollen! Met tweevoudig uniek medisch certificaat. Klik hier voor directe informatie en prijzen over dit gepatenteerde horrengaas.

 

Nog meer achtergrondinformatie over hooikoorts, pollen en pollenhorren

Stuifmeel, pollen. Seizoensgebonden allergische rhinitis – ook wel: hooikoorts - wordt veroorzaakt door stuifmeel (‘pollen’) dat afkomstig is van gras, planten en bomen. Stuifmeel bestaat uit zeer kleine korreltjes die door de wind worden meegenomen en verspreid. Vooral bij warm en droog weer kunt u hier veel last van hebben.

“Het is ieder jaar weer anders. Dit was een zwaar jaar, door die hotte waren er zoveel pollen... Zelfs ’s nachts had ik het benauwd. Als ik op de fiets naar mijn werk ging, kwam ik met knalrode en betraande ogen aan. Ik was dolblij toen het begon te regenen. In tegenstelling tot mijn collega’s…”.

Pollen

  • Als gras bloeit of wordt gemaaid, komt er veel stuifmeel in de lucht. Dit gebeurt vooral in het voorjaar. Het late voorjaar, van eind mei tot eind juni, is meestal het hoogtepunt van het ‘hooikoortsseizoen’.
  • Ook bepaalde bomen kunnen last veroorzaken: hazelaar berk en els. Deze pollen komen al vanaf januari in de lucht en dat blijft zo tot mei.
  • Ten slotte kunnen ook bepaalde onkruiden last veroorzaken: zuring, weegbree, ganzenvoer, bijvoet en andere kruidige planten. Dit stuifmeel zit vooral van juli tot september in de lucht.


Wat kunt u doen als u last heeft van hooikoorts of pollenallergie?

U kunt stuifmeel of de pollen niet altijd ontlopen. Wel kunt proberen de overlast zo veel mogelijk te verminderen.

  • Let op de pollenweerberichten. De laatste jaren wordt vaak informatie gegeven over de concentratie stuifmeel. Van begin mei tot half juli wordt elke dag om ongeveer 17.35 uur een hooikoortsbericht/pollenweerbericht gegeven op Radio 1.
  • Op teletekst is dagelijks een hooikoortsbericht te vinden. Teletekst is ook te vinden op internet: http://teletekst.nos.nl.
  • Op internet zijn ook andere hooikoortsberichten of pollenweerbericht te vinden. U vindt ze door bij www.google.nl ‘hooikoortsbericht’ in te tikken. Soms is het mogelijk dat u per e-mail een waarschuwing toegestuurd krijgt. Of kijk bijvoorbeeld op de zeer goed informerende website over de pollenverwachting, pollennieuws.nl 
  • Doe op warme droge dagen liever geen inspannende activiteiten, zeker niet buiten en in de late middag. Als u van fietsen, wandelen of hardlopen houdt, probeer dit dan te doen na een regenbui of ‘s morgens vroeg, als er nog dauw ligt.
  • Maai niet zelf het gras, maar laat iemand anders dit doen. Maai het gras regelmatig zodat het niet kan gaan bloeien.
  • Als stuifmeel in huis komt, valt het op de grond. Zolang er geen tocht is blijft het daar liggen en kunt u het opzuigen. Het is dus niet nodig de ramen potdicht te houden. Eventueel kunt u raamhorren gebruiken: deze houden de grotere korrels tegen. Probeer wel te voorkómen dat het gaat tochten en zuig regelmatig, vooral in de slaapkamer.
  • Kleed u uit in de badkamer. Zo kunt u de polen direct wegspoelen.
  • Spoel iedere dag uw haar.
  • Houdt de ramen van uw auto in het pollenseizoen gesloten. Door de wervelingen in de lucht die het verkeer veroorzaakt, is er rond de wegen veel stuifmeel in de lucht. Tegenwoordig hebben veel auto’s airconditioning, zodat de ramen ook bij warm weer dicht kunnen blijven. De oplossing hiervoor is een pollenhor. Deze heeft speciaal horrengaas dat u zelf op een horrenframe kunt plaatsen. ESVOcampingshop.com heeft het enig medicinaal goedgekeurde gaas voor een werkelijk effectieve pollenhor. 
  • Als u in deze periode op vakantie gaat, kunt u het beste terecht aan zee of in de bergen. Hier bevindt zich veel minder stuifmeel in de lucht.
  • Hooikoorts komt vooral voor in het voorjaar en de zomer. U kunt in de periode extra medicijnen gebruiken die speciaal beschermen tegen hooikoorts of de klachten verminderen. Overleg met uw arts.
  • Door middel van immunotherapie kunt u minder gevoelig worden voor bepaalde prikkels, waaronder stuifmeel.

Wilt u zelf een pollenhor maken? Neem contact op met ESVO per mail en wijinformeren wij over los Poll-Tex horrengaas en/of het horrenframePolltex weert, als enige pollengaas, minimaal 97% van de hangende luchtpollen! Met tweevoudig uniek medisch certificaat. Klik hier voor directe informatie en prijzen over dit gepatenteerde en overigens zeer betaalbare horrengaas.


 
Pollen, U kunt pollen niet volledig vermijden. De zeer kleine, door wind en tocht meegevoerde stuifmeelkorrels dringen zelfs door tot in huis. Toch kunt u veel doen om het contact met pollen te beperken, bijvoorbeeld door
op dagen met een hoge pollendichtheid de deuren en ramen zoveel mogelijk dicht te houden.

 


Wat is hooikoorts?

Hooikoorts (ook wel pollenallergie, pollinose of allergische en seizoensgebonden rhinitis genoemd) is een seizoensgebonden aandoening van de slijmvliezen van neus en ogen. Hooikoorts treedt op bij patiënten die worden blootgesteld aan pollen (stuifmeel) van bomen, gras of onkruid (veelal in het voorjaar en de zomer).

De ziekte komt in Nederland veel voor: bij 0,3% in de leeftijdscategorie 0 – 4 jaar en bij circa 15% in de leeftijdscategorie 20 – 29 jaar. Als we echter het totaal van allergische neusklachten als gevolg van pollen, huisstofmijt, dieren en andere allergenen onder de loep nemen, blijkt – afhankelijk van de regio - maar
liefst 16 – 24% van de Nederlandse bevolking te zijn aangedaan. Bij het merendeel van de patiënten begint hooikoorts tussen het tiende en twintigste jaar. De ziekte kan mild verlopen en na een aantal jaren afnemen,
maar er zijn ook veel patiënten met langdurige klachten. Bij een enkeling begint hooikoorts na het veertigste levensjaar en eindigt na het zeventigste levensjaar.

 


Verschijnselen rond hooikoorts en pollenallergie

Hooikoorts wordt gekenmerkt door veelvuldig niezen, jeuk in de neus, de oren en het gehemelte, metwaterige ogen en een 'loopneus' en/of neusverstopping. Meestal hebben de patiënten ook last van rode,jeukende en tranende ogen. De klachten ontstaan wanneer de allergische patiënt pollen inademt door de neus. De neus werkt op dat moment als een filter en vangt de allergenen als het ware op. Op de plaats van het neusslijmvlies, de inwendige bekleding van de neus, ontstaat dan een allergisch reactie waarbij mediatoren vrijkomen. Deze stoffen prikkelen zenuwen, waardoor een niesreflex ontstaat. Daarnaast worden slijkliertjes in de neus geactiveerd, wat een loopneus tot gevolg heeft deze kliertjes zorgen er ook voor dat bloedvaten zicht verwijden en er vocht ui de vaten treedt. Dit leidt dan tot zwelling van het neusslijmvlies, waardoor de neus verstopt raakt.Een soortgelijk proces kan zich afspelen in het slijmvlies van de ogen, waardoorklachten ontstaan zoals tranen, jeuk en branderigheid. Hooikoorts houdt echter meer ion dan klachten van de neus en ogen.

Veel patiënten hebben last van slaapstoornissen, concentratieproblemen, hoofdpijn, moeheid, frustratie en
irritatie. Kinderen met hooikoorts worden tijdens het hooikoortsseizoen belemmerd in hun leerprestaties.
Deze begeleiden verschijnselen worden vaak onderschat doormensen dei niet aan de ziekte lijden.
Het is echter duidelijk geworden dat hooikoorts patiënten minstens zoveel last kan bezorgen als astma, een aandoening dei vaak wordt gezien als ernstiger ziekte dan hooikoorts.
Hooikoorts / pollenallergie, andere allergieën en hyperreactiviteit. Wanner een allergische reactie optreedt,
wordt het neusslijmvlies gevoeliger voor allerlei prikkels. Stel dat een hooikoortspatiënt licht allergisch is
voor katten’, maar dit in feite niet merkt. Het is dan mogelijk dat tijdens het pollenseizoen, wanneer de patiënt
last heeft van pollen, de allergie voor katten veel duidelijker wordt en hij op dat moment wel klachten ervaart
bij blootstelling aan een kat. Ook is het mogelijk dat de patiënt door zijn toegenomen gevoeligheid klachten
gaat ondervinden van allerlei andere prikkels, zoals sigarettenrook, temperatuur overgangen, parfums en andere geuren, of bak- en braadluchten. De allergie leidt dat tot toename van hyperactiviteit. Deze toenemende gevoeligheid van het neusslijmvlies kan de patiënt ook op een andere manier parten spelen. Inde loop van het seizoen kan het patent gevoeliger worden voor de pollen zelf. Dat betekent dat in het begin van het seizoen
veel meer pollen nodig zijn om klachten te veroorzaken, dan aan het eind van het seizoen. De patiënt heeft
dan zelfs op dagen dat het pollenaantal in de lucht laag is veel last van de neus en ogen.

 


Infecties

Voor een patiënt is het niet altijd eenvoudig om hooikoortsklachten te onderscheiden van een gewone neusverkoudheid die veroorzaakt wordt door een infectie. Bij neusverkoudheid os vaak sprake van keelpijn
en in veel gevallen stat neusverstopping op de voorgrond. Niezen is gebruikelijk, maar veel minder vaak
dan bij hooikoorts het geval is. Als de neusverkoudheid wordt veroorzaakt door een virus, is er sprake van waterige uitvloed uit de neus, net als bij allergie. Bacteriële infecties geven daarentegen aanleiding tot
(groengele) etterende uitvloed uit de neus. Bij infecties komt ook koorts voor maar niet bij allergie.
Neusinfectie komen ook voor als complicatie bij pollenallergie. Langdurige neusverstopping zorgt ervoor
dat snot of neussecreet minder makkelijk loskomt. Daarmee wordt een situatie gecreëerd waarin bacteriën gemakkelijk groeien.  Een en ander kan ook leiden tot bijholteontstekingen. O deze reden worden vaak
infecties gezien aan het eind van een pollenseizoen. Anders dan bij een gewone neusverkoudheid dienen dergelijke infecties krachtig te worden bestreden te worden met neusdruppels die het slijmvlies afslinken
en met antibiotica. Een gewone verkoudheid verdwijnt meestal binnen een paar dagen. Een enusinfectie als complicatie kan langere tijd duren.
Kwaliteit van levenIn het algemeen zijn allergische aandoeningen niet heel ernstig of levensbedreigend.
Echter, het is de afgelopen jaren steeds duidelijker geworden dat allergie een belangrijke invloed kan hebben
op het dagelijks functioneren. Een eenvoudige aandoening als hooikoorts wordt niet alleen gekenmerkt door loopneus, neuzen en verstopte neus. Patenten kunnenlast hebben van hoofdpijn, moeheid, futloosheid en concentratiestoornissen. Zij kunnen belemmerd worden in hun studie of op het werk. Traditioneel vinden
veel examens plaats in het pollenseizoen. Uit onderzoek bij de kinderen die onderworpen werden aan computersimulatiespelen is gebleken dat kinderen met een allergie voor pollen tijdens het pollenseizoen beperkingen ondervinden in hun leervermogen. Het zelfde geldt voor overigens voor volwassenen.
Aangezien sommige ‘ouderwetse’ antihistaminica – geneesmiddelen die onder andere worden voor-
geschreven bij hooikoorts- slaapverwekkend kunnen zijn, kan het ongunstig effect op het leervermogen
nog eens versterkt worden.
BehandelingHooikoorts is een chronische aandoening die in het algemeen langdurig met symptoom onderdrukkende medicatie wordt behandeld. De behandeling rust op drie pijlers:1. Het vermijden van het allergeen; dit is het voorkomen van het inademen van     
Stuifmeel2. Het gebruik van symptoom onderdrukkende medicijnen.3. Het inzetten van immunotherapie.

 


Preventie/tips bij hooikoorts

Bij hooikoorts kunt u stuifmeelkorrels uiteraard nooit helemaal vermijden, enkele eenvoudige tips zijn de volgende:

  • Draag een zonnebril. Hierdoor kan stuifmeel minder gemakkelijk in uw ogen komen.
  • Wrijf niet in de ogen. Door wrijven kunnen ze gaan ontsteken. U kunt de irritatie verminderen door te spoelen met lauw water of een vochtig washandje op uw ogen te leggen.
  • Houd in de zomer de ramen gesloten, vooral van de slaapkamer.
  • Gebruik van horren is aan te bevelen, deze zullen de pollen buiten houden. ESVO in Volendam heeft een uniek anti-pollengaas, dat als enige medisch gecertificeerd is. Betaalbaar pollengaas, waarvan u ook zelf uw eigen pollenhor kunt vervaardigen. 
  • Maai niet zelf het gras in de bloeiperiode.
  • Ga bij voorkeur in een seizoen op vakantie waarin weinig pollen in de lucht zitten vooral bij kamperen. Aan zee zit bovendien minder stuifmeel in del lucht, dan in het binnenland. Veelal geeft dit verlichting, maar het effect is sterk afhankelijk van de weersomstandigheden. Aan zee kan aflandige wind bijvoorbeeld veel klachten veroorzaken.
  • Vermijd buitenactiviteiten zoveel mogelijk als pollentellingen hoog zijn.
  • Houd in de auto de ramen en luchttoevoer van buiten gesloten als er veel stuifmeel in de lucht is.
  • Droog uw wasgoed tijdens het pollenseizoen niet buiten, als het warm is en er een lekker windje waait.
  • Alleen in het geval van een boompollenallergie is het zinvol elzen, berken of hazelaars uit de eigen tuin te verwijderen. Bloempollen zijn zwaar en worden niet verder dan 30 – 60 meter door de wind vervoerd. Patiënten hebben vooral last van bomen in de directe nabijheid. Een pollenhor zorgt voor een prima raamafdichting om rustig te kunnen slapen. esvocampingshop.com heeft het enig goedgekeurde gaas(met medisch certificaat) voor een werkelijk effectieve pollenhor.

Een van de tips voor hooikoortspatiënten is het volgen van het pollenweerbericht, dat in het pollenseizoen dagelijks wordt uitgezonden via radio en televisie. Deze berichtgeving komt van de afdeling Aerobiologie van
het Leids Universitair Medisch Centrum. Op het dak van dat ziekenhuis staat een apparaat dat pollen verzamelt
en dagelijks wordt het aantal pollen geteld van bomen, grassen en onkruiden. In combinatie met het weerbericht worden vervolgens aan de hand van deze pollentelling een verwachting voor de volgende dag uitgespreken (‘gunstig’, ‘ongunstig’ of  ‘niet zo gunstig’). Deze verwachting is vanaf half mei tot half juli te horen op Radio 1 na het nieuws van 17.30 uur of te lezen op teletekst pagina 709. Patiënten kunnen aan de hand van het pollenweerbericht schatten in hoeverre zijn blootgesteld zullen worden aan pollen en hun bezigheden hierop afstemmen. Een tweede pollenweerbericht bestemd voor mensen in de regio Zuidoost Nederland is afkomstig
van het Elkerliek Ziekenhuis te Helmond.

Wilt u zelf een pollenhor maken? Neem contact op met ESVO per mail en wij informeren wij over los horrengaas en/of het horrenframe. Wij hebben Poll-Tex, het enige pollengaas voor een pollenhor met een dubbel medisch certificaat. Polltex weert officieel 99% van de in de lucht hangende pollen. Klik hier voor alle informatie over dit, overigens zeer betaalbare pollengaas Polltex, dat minimaal 97% van de pollen weert.


Bloemen en pollen

Bij de bloemplanten wordt het pollen gevormd in de helmknoppen of antheren van de bloem. Ze staan bovenop
de helmdraad. Samenvormen ze de meeldraad. In de bloem vind je naast de meeldraden de stamper en het bloemde. Het bloemdek bestaat uit een aantal vaak grote en felgekleurde kroonbladen en een aantal kleinere groenere kelkbladen. De kelkbladen beschermen de bloem in de knop. De stamper bestaat uit een vruchtbeginsel met daarop de stijl met de stempel. Een mooi voorbeeld van bloemen zijn die van de Mispel, Mespilus germanica die je veel in tuinen kunt vinden. Vaak staan de bloemen op een bepaalde manier bij elkaar, zo vormen ze bloeiwijzen. Vooral wanneer de pollen door de wind verspreidt wordt, staan er vaak kleine bloemetjes dicht op elkaar en zijn de bloembladen vaak zeer klein of zelfs helemaal afwezig. Schermen, hoofdjes, katjes en de aren komen het meest voor en daarom gaan we daar wat dieper op in.

Pollen in de lucht. Om de bevruchting uit te kunnen voeren is het natuurlijk nodig dat de pollenkorrels andere planten van dezelfde soort bereiken. Dit kan op twee manieren, gericht door dieren of ongericht door de wind. Bestuiving kan gebeuren door insecten die de bloemen bezoeken om voedsel, nectar maar ook polen te verzamelen. Deze vorm van bevruchting het entomofilie, genoemd naar het Griekse woord ‘tomos’ voor insect. Iedereen kent natuurlijk bijen, hommels en vlinders die gespecialiseerd zijn in het verzamelen van nectar en pollen. Ze zijn meestal sterk behaard en transporteren vaak grote hoeveelheden pollen.
Bij de bijen en de hommels zijn de verzamelde pollen als pollenklompjes aan de poten goed te zien.
Naast deze insecten kunnen ook andere insecten, zoals vliegen en kevers, maar ook vogels zoals kolibries en
zelfs vleermuizen voor bevruchting zorgen. Bloemen die met behulp van insecten bevrucht worden, hebben
grote felgekleurde bloemen, ze ruiken sterk en produceren nectar om aantrekkelijk te zijn voor de insecten.
De insecten specialiseren zich meestal op bepaalde bloemen, waardoor de kans op bevruchting zo groot
mogelijk is. Pollen heeft meestal de kleur van de helmknoppen, vaak is dat geel, maar je kunt ook blauwe en
rode pollenkorrels vinden, zoals bij sommige lelies.De klaproos, Papaver rhoeas, heeft fel gekleurde bloemen
met paarse helmknoppen, maar het pollen is geel. Pollen van dit soort bloemen heeft vaak mooie vormen met
veel uitsteeksels, zoals bij Madeliefje, of een soortplakkerige olie waardoor het goed aan het insect blijft plakken zoals bij de lelies en de paardenbloem. Om door de lucht vervoerd te kunnen worden is het goed pollen tegen uitdroging en zonnestraling beschermd. De buitenwand van de pollenkorrel bevat veel stoffen die uitdroging voorkomen en de gevaarlijke UV-straling absorberen. Doordat de bezorging van de pollen door insecten zeer efficiënt is, hoeft de plant niet zoveel pollen aan te maken, maar wel moet hij investeren in bloemgrootte, nectar en geurstoffen. Nectar wordt door bijen omgezet in honing, die weer dor mensen gegeten kan worden. Pollen wordt om zijn hoge voedingswaarde ook door mensen gegeten.Bij verstuiving door de wind zijn er geen insectennodig. Deze vorm van bestuiving heet anemofilie, naar het Griekse woord ‘anemos’ voor wind. Windbestuivers hoeven niet te investeren in bloemen, nectar of geurstoffen, maar betalen de prijs voor de bestuiving op een andere manier. De kans op bestuiving via willekeurige verspreiding door de wind is erg klein. Om bestuiving toch mogelijk te maken, bloeien de planten kort maar krachtig; tijdens de korte bloei produceren
ze enorme hoeveelhedenpollen. Eén enkele plant van de Veldzuring kan tot 500 miljoen pollenkorrels maken.
In een sparrenbos kan per jaar per hectare wel 7,5 ton pollen worden geproduceerd! Een extra nadeel voor winbestuiving is de afhankelijkheid van de weercondities; regen of windstilte zal niet tot bestuiving leiden. Windbestuivers zijn vaak bomen of struiken die bloeien op een moment waarop er nog weinig blad os dat het pollen weg kan vangen, òf het zijn veel voorkomende, vaak dicht op elkaar staande kruidachtige planten, zoals
de grassen. Kleine, verspreid staande en weinig voorkomende planten zullen onvoldoende pollen in de lucht kunnen brengen om windbestuiving een kans te geven. Bomen die hun pollen via de wind verspreiden, bloeien meestal in het voorjaar, of zelfs op einde van de winter zoals de Els en de Hazelaar. Omdat er dan weinig ander voedsel voor ze is, verzamelen bijen ook dit pollen. De bloemen van windbestuivers zijn meestal zeer klein, met een groene, soms wat witachtige kleur. De kroon- en vaak ook de kelkbladeren zijn zeer klein of zelfs afwezig. Vaak staan ze in grote hoeveelheden zij elkaar en vormen speciale structuren zoals schermen, hoofdjes, katjes en aartjes. De meeldraden produceren veel pollen en steken of hangen ver uit de bloem, zodat de wind goed grip op het pollen kan krijgen. Ook de stempels van de stamper steken ver naar buiten en zijn vaak sterk vertakt om de kans op pollenvangst zo groot mogelijk te maken. Alle naaldbomen zijn windbestuivers. De kegels bloeien in de het voorjaar, de mannelijke kegels staan meestal aan het eind van de takken. Dit is goed te zien bij de Grove den, Pinus sylvestris. Pollen van windbestuivers kan goed tegen uitdroging en zonlicht. Het heeft meestal een gele tot witte kleur met een vrij glad oppervlak en is vaak klein en licht. Als ze wat groter en zwaarder zijn, hebben ze vaak luchtzakken om beter te kunnen zweven, zoals bij de Grove den.


Pollen die hooikoorts veroorzaken

Alle soorten pollen kunnen allergische klachten veroorzaken.
Toch krijg je van sommige soortenpollen veel eerder last dan van andere. Hooikoorts veroorzakende pollen
bevat eiwitten waar je lichaam sterk op reageert. Deze eiwittenkunnen in de pollenkorrels zitten, maar soms
zitten ze ook aan de buitenkant. De eiwitten die gemakkelijk hooikoorts veroorzaken, zijn voor een deel
bekend, maar niet bekend is waar ze juist deze eiwitten zo snel klachten veroorzaken.
De aanwezigheid van deze eiwitten heeft niets te maken met het al dan niet door de wind of door insecten verspreid worden. Ook de vorm van de pollenkorrels is onbelangrijk. De vorm van de pollenkorrels is echter
wel belangrijk voor de herkenning van de soort waartoe de pollenkorrels behoren. Pollen van verwante
soorten zal soortgelijke eiwitten hebben en vaak krijg je dan ook hooikoorts van alle pollen van een groep
nauw verwante soorten. Voorbeelden hiervan zijn de grassen die tot de grote familie van de Betulaceae met
de Berk, de Els en de Hazelaar, kunnen vaak klachten geven. Soms komt het voor dat je eerst alleen klachten krijgt van sterk allergeen pollen, bijvoorbeeld van de
Berk, en dat pas daarna gevoeligheid voor verwant, minder sterk allergeen pollen ontstaat, bijvoorbeeld dat
van de Els of de Hazelaar. Om hooikoorts te kunnen krijgen is er wel enige malen in voldoende mate
contact met pollen nodig. Het kan best zijn dat je erg gevoelig bent voor pollen van een bepaalde plant, maar
er toch geen last van krijgt omdat je er niet mee in aanraking komt. Voorbeelden zijn de paardenbloem, en
het veel aangeplante koolzaad, Brassica napus. Pollen van insectenbestuivers zal niet gauw hooikoorts geven. Eigenlijk is alleen het pollen van de windbestuivers van belang, omdat je er onvermijdelijk mee in contact
komt. Het is overal aanwezig en kan alleen met speciale filters uit de lucht worden gehaald.
Gelukkig veroorzaakt lang niet al het pollen in de lucht allergische klachten, het is zelfs maar een vrij kleine groep. De naam ‘hooikoorts’ danken we aan het veel voorkomen van hooikoorts tijdens het hoogseizoen. Wanneer het gemaaide gras van de velden uitdroogt en gekeerd wordt, komt er veel pollen vrij, zowel van
het op dat moment bloeiende gras als van andere planten uit het veld. Ook pollen dat al eerder op de bladen
van de grassen was gaan zitten, wordt dan weer opgewerveld. Het is een bij uitstek geschikt moment om
klachten te krijgen. Tegenwoordig spreken we liever van Pollinose, of pollenallergie, omdat je ook klachten
kunt krijgen buiten het hoogseizoen. De pollenkorrels die inde lucht voortkomen, kun je met behulp van een speciaal apparaat, een spore val opvangen en met een microscoop bekijken. Op diverse plaatsen worden in
België en Nederland pollentellingen uitgevoerd en gepubliceerd in de vorm van pollenkalenders. Als je weet wanneer er pollen in de lucht voorkomt waarvoor je gevoelig bent, kun je op tijd maatregelennemen om contact met dat pollen te vermijden. Wanneer er planten in de buurt voorkomen die klachten geven, kun je proberen
daar iets aan te doen, of in ieder geval proberen er rekening mee te houden. Het is echter onmogelijk om
contact met pollen van windbestuivers helemaal te vermijden.

 

Polltex weert, als enige pollengaas, minimaal 97% van de hangende luchtpollen! Met tweevoudig uniek medisch certificaatKlik hier voor directe informatie en prijzen over dit gepatenteerde en toch betaalbare horrengaas.


Pollen bekijken

Pollen kun je zelf eenvoudig met een lichtmicroscoop bekijken. Pollen uit een meeldraad kun je in een
druppel van 10% sucrose (=suiker) op een objectglaasje verdelen en, na het afgedekt te hebben met een dekglaasje, direct onder de microscoop bekijken, de lichtmicroscopische foto’s bij de soortbeschrijvingen
in hoofdstuk 3 zijn op deze manier gemaakt. Deze methode is makkelijk en direct, je hoeft geen ingewikkelde kleuringen te doen of lang te wachten. Een nadeel is dat de pollenkorrels kunnen opzwellen waardoor een
aantal typische kenmerken minder duidelijk worden. Dit kun je voorkomen door meer sucrose te gebruiken.

Door 0,01 procent boorzuur aan de sucroseoplossing toe te voegen kun je in veel gevallen de pollenkorrels
laten kiemen. Na 6 tot 24 uur kun je dan vaak een pollenbuis zien, zoals bijvoorbeeld bij de es. De beelden
die je krijgt kunnen vertekend zijn doordat de sucroseoplossing niet optimaal is voor de beeldvorming in een lichtmicroscoop. Bovendien is het contrast soms zo laag dat, om toch een goed beeld te krijgen, het condensordiafragma iets dichtgedraaid wordt. Daardoor kunnen er allerlei beeldafwijkingen ontstaan.
Wanneer je pollen wilt bekijken zonder dat ze door het water in de oplossing opzwellen, kan dat gemakkelijk
door ze in een druppel olie, gewone sla-, of olijfolie, te verdelen. Ze kunnen dan bekeken worden, zonder dat
ze opgezwollen zijn. Vooral de kiemspleten zijn dan vaak erg goed te zien, maar een nadeel is dat de
pollenkorrels er ingedeukt uit kunnen zien, zoals bijvoorbeeld bij de grassen. Wanneer pollen op een glaasje
met een vaselinefilm verzameld is, kan het beste olie gebruikt worden, daarin lost de vaseline op en krijg je
een meer homogeen beeld. Voor systematisch onderzoek zijn deze methoden echter niet voldoende.
Om goede foto’s van de pollenkorrels te maken worden ze meestal gekleurd met Saffranine, een paarsrode kleurstof die vooral de wand van de pollenkorrels kleurt. Om pollen in een scanning elektronenmicroscoop te bekijken worden ze eerst op een drager met een kleverige film gebracht en gecoat met een zeer dunne,
nooit meer dan 5A, goud of goud-platina film om het oppervalk elektronisch geleidend te maken.
Ook de drager met de film is geleidend. In de elektronenmicroscoop kunnen dan zeer gedetailleerde beelden
van het oppervlak van de pollenkorrels gemaakt worden.
PollenkalendersPollen kunnen uit de lucht verzameld worden met behulp van Burkard sporenval.
Omdat de snelheid waarmee de trommel beweegt en ook de aangezogen luchthoeveelheid, standaard 10L/min., kan de concentratie pollenkorrels per m³ lucht berekend worden uit het aantal pollenkorrels dat op de film
geteld wordt. Omdat het oppervlak van de 14 millimeter brede film niet in zijn geheel te meten is, wordt
meestal geteld over een strook van 1/3 millimeter breedte in het midden en twee stroken van 1/3 millimeter
aan de rand van de film. Het gemiddeld aantal pollen per oppervlak van deze drie stroken is dan representatief voor de film.Wanneer de film van de sporenval gehaald is, wordt hij in stukken geknipt en de stroken worden
op een objectglaasje met een strookje gel met de kleurstof Saffranine gelegd. De vaseline van de film lost op
en nadat er een dekglaasje opgelegd is kun je het preparaat bekijken. Doordat de Saffranine voor de wand van
de pollenkorrels kleurt, is stof dat ook op de film terecht is gekomen geen probleem. Op basis van grootte en morfologie kan dan bepaald worden hoeveel van welke soorten pollen er in de lucht voorkwam. Dit kan soms
heel [precies op het niveau van het geslacht, bijvoorbeeld de Eik of zelfs maar de familie, bijvoorbeeld de Wilgenfamilie. Het precies bepalen welke soort pollenkorrels te zien is, kan alleen gebeuren door ervaren deskundigen, vaak is het verschil tussen verschillende soorten pollenkorrels voor een ongeoefend oog moeilijk
te zien, vergelijk bijvoorbeeld de Els, de Berken en de Hazelaar. De tellingen worden vervolgens ingevoerd in
de computer en verwerkt tot een pollenkalender doe precies de hoeveelheid van een bepaalde soort pollen per tijdseenheid, per dag, of week aangeeft.Voor de op pagina 100 afgebeelde pollenkalender zijn tellingen van het Elkerliek Ziekenhuis in Helmond uit 2004 gebruikt. Opvallend is het grote verschil in aantallen tussen de verschillende soorten pollen. Voor de Hazelaar was het hoogste aantal getelde pollenkorrels 73 op 3 februari,
voor de grassen 154 op 15 juni en voor de Berken zelfs 1908 op 15 april. Deze getallen alleen al geven een duidelijke indicatie in welke periode mensen met een bepaalde pollenallergie klachten mogen verwachten.
De grafieken van de pollenkalender laten zien dat een bepaald soort pollen over relatief lange periodes kan voorkomen. Voor een groot deel komt dit doordat in de pollenkalender zowel soorten en geslachten (relatief
korte periodes), als families (relatief lange periodes, bijvoorbeeld de grassen) zijn opgenomen. Sommige grassoorten, vooral het straatgras, kan afhankelijk van de weerscondities het hele jaar doorbloeien, maar de concentratie van pollen in de lucht van dit soort grassen blijft meestal laag. Klachten buiten het hooikoorts-seizoen, in de winter treden meestal lokaal op en worden vooral veroorzaakt door aangeplante exoten.
De Libanonceder is hiervan een sprekend voorbeeld. Het voorkomen van pollen in de lucht is uiteraard ook afhankelijk van omgevings- en weerfactoren. Pollentellingen in een bepaald gebied worden beïnvloed door
de vegetatie in dat gebied: een droog gebied met veel berken zal relatief veel berkenpollen en weinig elzenpollen opleveren, een vochtiger en voedselrijker gebied zal veel pollen opleveren van bijvoorbeeld elzen, hazelaars, populieren en essen. Gebieden met veel weilanden zullen weer pollen van bijvoorbeeld grassen, zuring en weegbree laten zien. Om lokale invloeden zoveel mogelijk te bepreken worden de pollenvangers altijd hoog geplaatst. Door de wind wordt de atmosfeer flink gemengd en worden lokale invloeden verkleind.Het klimaat
heeft toch verschillende manieren invloed op de pollenproductie en pollenverspreiding (=pollendispersie).
Als gevolg van het relatief warmere klimaat van de laatste jaren hebben soorten tegenwoordig een verschuiving
of verlenging van het bloeiseizoen. Het hooikoortsseizoen kan daardoor verlengd worden en de klachten kunnen op andere tijdstippen optreden. Nieuwe soorten die zich vestigen, zoals de Ambrosia, zijn een nieuwe bron van allergeen pollen. Gewone weerswisselingen blijven echter veel belangrijker. Bij warm droog weer zal het stuifmeel van een bepaalde soort vroeg en in een korte tijd vrijkomen, bij =slecht weer kan dat niet alleen veel later zijn, maar kan zich ook nog over een veel langere periode uitspreiden. Bij een lagedrukgebied is de wind meestal aanlandig en zullen er, vooral aan de kust, weinig pollen in de lucht voorkomen, op zee zijn geen
planten! Ook zal, als gevolg van de hoge luchtvochtigheid, pollen uit de lucht gemakkelijk aan allerlei oppervlakten blijven hangen of zelfs uitregenen. Bij beter weer kan een gedeelte van het neergeslagen polen echter weer opwervelen en opnieuw in de atmosfeer terecht komen. Bij een hogedrukgebied met warm en
droog weer zal niet alleen veel pollen vrijgemaakt worden, maar blijft het ook lang in de lucht hangen.
Door thermiek kan het pollen grote hoogte bereiken, terwijl het later, vooral ’s nachts, met dalende luchtbewegingen weer omlaag kan komen. De pollenconcentraties in de lucht kunnen dan extreem hoog
worden. In het najaar zal bijeen hogedrukgebied vaak ochtendmist optreden waardoor het pollen weer neer kan slaan; de pollenconcentraties in de lucht zijn dan veel lager dan bij een hogedrukgebied in de zomer.
Ook bij een inversie waarbij de lucht niet meer beweegt als gevolg van een omdraaiing van de koude en
warme luchtlagen op grote hoogte, kunnen hoge pollenconcentraties optreden: het pollen waait niet meer weg
en hoopt zich ter plekke in de lucht op.Om zoveel mogelijk tegemoet te komen aan standplaatsfactoren worden pollentellingen meestal op verschillende plaatsen uitgevoerd. In Nederland gebeurt dit bij het Elkerliek
Ziekenhuis in Helmond en het Leids Universitair Medisch Centrum te Leiden. Deze tellingen zijn op het
internet te vinden
op http:/www.dow.wau.nl/msa/natuurkalender/toepassingen/hooikoorts/pollentellingen.asp.
Op basis van de kalender kan een vereenvoudigde kalender gemaakt worden van de bloeiperioden van planten
met allergeen pollen. In veel landen wordt standaard met het weerbericht een pollenvoorspelling gegeven, gebaseerd op de pollenkalenders en de weersverwachting. Hoewel wenselijk, is dit in Nederland nog niet altijd
het geval. Wel kan informatie gevonden worden op: http:/www.nationale-allergiesite.nl. in België worden pollentellingen verzameld en gepubliceerd door het Belgisch wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid via
het Aerobiologisch Surveillancenet: http:/www.airallergy.com/home. In 1989 hebben het ‘Arobiology Committee’ van de EAACI (European Academy of Allergogology and Asscociation for Aerobiology) besloten
de Europese pollenkalenders met aanvullende data gecombineerd te publiceren. Alleen kalenders gemaakt met
een Burkard of Lanzoni sporenval over perioden van 3 tot 5 jaar worden daarbij opgenomen. In 1999 werd een eerste Europese pollenkalender met de naam The European Pollen Calender gepubliceerd door de EAACI met medewerking van de European Federation of Asthma and Allergy Associations (EFA). Informatie over heel Europa is te vinden op: http://www.polleninfo.org.Wereldwijde informatie over pollenconcentraties in de lucht zijn te vinden op: http://www.hon.ch/Library/Theme/Allergy/Glossary/calender.html.

 


Wat is hooikoorts of Pollinose

Hooikoorts is een al zeer lang bekende aandoening, maar is pas na de industriële revolutie als zodanig p grote schaal herkend. De oorzaak van de klachten was onbekend, maar door het optreden vooral in het hoogseizoen kreeg het de naam hooikoorts. Pas John Elliotson ontdekte in het begin van de 19e eeuw dat pollenkorrels de oorzaak van de klachten waren. Het werd toen herkend als een allergische reactie op pollen. In het begin van de 20e eeuw werd er een wetenschappelijke definitie voor allergieën gegeven door Clemens Peter Pirquet van Cesenatico die een allergie definieerde als: ‘een aangeboren of ontwikkelde ongewenste reactie van het menselijk immuunsysteem voor substanties die normalerwijze niet schadelijk zijn’. Tegenwoordig wordt de volgende, meer precieze definitie gebruikt: ‘een specifieke reactie van het menselijk lichaam op
lichaamsvreemde moleculen die in de normale omgeving voor kunnen komen’. Hooikoorts wordt gedefinieerd
als ‘een jaarlijks terugkerende seizoensgebonden aandoening die berust opeen allergie voor pollenkorrels van windbestuivende planten’. Hooikoorts heeft dus niets te maken met hooi, en de wetenschappelijke benaming is dan ook Pollinose. De Engelse naam (Seasonal) Allergic Rhinitis of seizoensgebonden allergische rhinitis slaat
op de ontsteking van vooral de neusslijmvliezen kaar wordt soms door pollinose als geheel gebruikt.

De allergische aandoening van de oogslijmvliezen wordt (Seasonal) Allergic Conjunctivitis of seizoens-
gebonden allergische conjunctivitis genoemd. De naam ‘hooikoorts’ is te danken aan het massale vrijkomen
van graspollen in het hooiseizoen, waardoor juist dan veel klachten voorkomen.
Buiten het hoogseizoen worden de klachten vaak door andere pollen veroorzaakt. Volgens de nieuwe richtlijnen van de ARIA (Allergic Rhinitis and its Impact on Astma) werkgroep van de WHO (World Health Organization) moet hooikoorts gezien worden als een bijzondere vorm van rhinitis en/of conjunctivitis, omdat de klachten ook veroorzaakt kunnen worden door bijvoorbeeld huisstof, dierschilfers en schimmels. Tegenwoordig spreekt een arts dan ook over een periodieke of een aanhoudende allergische rhinitis of conjunctivitis. Meer dan 25% van
de bevolking lijdt aan een allergische rhinitis. In ongeveer de helft van alle gevallen worden de klachten door pollen veroorzaakt. Oogontstekingen (conjunctivitis) komen veel minder voor, vaak gaan ze samen met een neusontsteking (rhinitis). De belangrijkste verschijnselen, de klinische effecten, bij pollinose of hooikoorts zijn: jeukende of kriebelende neus- en neus-keelholte, niesbuien, verstopte neus, loopneus, kriebelhoest, branderige slijmvliezen, tranende ogen en soms lichte benauwdheid of zelfs astma. De allergie kan ook verschijnselen veroorzaken zoals hoofdpijn, vermoeidheid, ontstekingen van de bijholtes en keelontsteking.
Naast deze ‘gewone klachten’ bij een pollenallergie kunnen zich nog andere, ernstigere symptomen voordoen.
De gewone klachten blijven beperkt tot de slijmvliezen van de mond, maar vooral die van de neus en ogen.
Dat komt doordat de pollenkorrels te groot zijn en te zwaar zijn om diep in de ademhalingswegen door te
dringen. Pollenkorrels kunnen bij snelle weerswisselingen in de lucht in kleine deeltjes uit elkaar vallen die
wel diep in de luchtwegen kunnen binnendringen en zo soms een astmatische aanval veroorzaken.
Allergieën vergroten de kans op het krijgen van astma sterk. Pollinose of hooikoorts is een aandoening die
kan variëren van relatief onschuldig tot zeer ernstig. Hooikoorts mag niet onderschat of verwaarloosd worden.
De klachten worden niet door de hele of stukje pollenkorrels veroorzaakt, maar door de eiwitten die op of in
de pollenkorrels voorkomen. Deze eiwitten zijn de eigenlijke veroorzakers, de allergenen, die pollinose veroorzaken, de allergenen van veel soorten pollen zijn biochemisch te karakteriseren en krijgen dan een naam bestaande uit de eerste drie letters van het geslacht van de plant die het pollen produceert met een nummer.
Het allergeen Lo1 is allergeen nummer 1 uit het geslacht Lolium perenne (Engels raaigras). Ze worden verder
op basis van hun biochemische en immunologische overeenkomst in klassen ingedeeld. Pollenkorrels dragen doorgaans meerdere allergenen die alle afzonderlijk klachten kunnen geven.
Allergische reacties van het lichaam tegen een bepaald allergeen die ook optreden tegen een allergeen van
andere herkomst worden kruisreacties genoemd. Wanneer je gevoelig bent voor een bepaald soort pollen, bijvoorbeeld van de Berk, kun je ook klachten krijgen van pollen van andere soorten die tot de berkenfamilie behoren, zoals de Elzen en de Hazelaar: ze dragen allergenen die sterk op elkaar lijken. Bij de grassen treden
veel kruisreacties op: 85 tot 95 procent van alle patiënten met hooikoorts veroorzaakt door allerlei soorten
grassen reageren op het allergeen Lo1 p1. Ook met allergenen uit gras- en weegbreepollen.
Kruisreacties kunnen ook optreden met allergenen van totaal andere herkomst, zoals die van berkenpollen en noten. De grote overeenkomst tussen allergenen van verschillende herkomst wordt veroorzaakt doordat ze een gemeenschappelijke evolutionaire herkomst hebben en eenzelfde essentiële functie zijn blijven vervullen. Daardoor zijn ze weinig veranderd en worden daarom conservatief (= weinig veranderlijk) genoemd. Gecombineerde allergieën voor appels en hazelnoten met berken- bijvoet- en timoteepollen kunnen berusten
op het voorkomen van profilines, eiwitten die in alle cellen van planten en dieren betrokken zijn bij opbouw
en afbraak van de actinefilamenten. Deze filamenten geven structuur aan het cytoplasma en maken allerlei
soorten transport in de cel mogelijk, ze zijn daardoor onmisbaar voor de cel.
Een gecombineerde allergie voor voedingsmiddelen als appels, perziken, tamme kastanjes en bijvoetpollen,
kan berusten op LTPs (Lipide Transporterende Proteïnes), eiwitten waarvan vermoed wordt dat ze vetzuren
in de cellen van planten en dieren transporteren. Ze komen echter ook voor in de celwanden van planten.
Dit soort allergenen wordt wel pan-allergenen genoemd. Verantwoordelijk voor kruisreacties kunnen ook sommige Calcium-bindende eiwitten zijn, de zogenaamde Calmodulines die zorgen voor het transport van Calcium in de cel, en de alleen bij plantenvoorkomende, ß-Expansines die een rol spelen in de wand van
planten tijdens de groei. Hoewel veel onderzoek is gedaan naar verschillende soorten allergenen, is veel
nog steeds niet bekend.

 

Wilt u zelf een pollenhor maken, als zijnde een raamhor of deurhor? Neem contact op met ESVO via ons e-mailadres [email protected] en wij informeren wij over los horrengaas(het enige gepatenteerde pollengaas met een medisch certificaat) en/of de pollenhor. Klik hier voor alle informatie over dit, overigens zeer betaalbare pollengaas, dat minimaal 97% van de pollen weert